Logo Universiteit Utrecht

Babylab Utrecht

Research

Leren van een nonsensgrammatica en intonatie

Het leren van een taal omvat onder andere het leren van grammaticale structuur. Zo moeten kinderen leren dat bepaalde vervoegingen bij elkaar horen (bijvoorbeeld de meervoudsvorm -s bij twee kikkers, en ‘heeft en ‘ge-‘ in Het paard heeft gerend). De vraag is hoe kinderen deze regels en regelmatigheden leren.

Eerder onderzoek in dit lab en andere labs heeft uitgewezen dat kinderen en volwassenen gevoelig zijn voor deze patronen in het taalaanbod. Dit vermogen, om patronen in een taal aan te leren, is een belangrijk onderdeel van het ons eigen maken van een taal. 

Vaak zie je dat de woorden die onderdeel uitmaken van een dergelijk patroon (“heeft” en “ge-“ in “Het meisje heeft een boekje gelezen“) kort zijn en vaak snel en onduidelijk uitgesproken worden in vergelijking met de andere woorden in de zin. Er wordt weinig nadruk op deze woorden gelegd, hoewel ze wel van belang zijn in de zin. In mijn onderzoek wil ik kijken of het wel of niet leggen van nadruk op deze woorden van invloed is op het leren van de patronen. Letten kinderen vooral op woorden die benadrukt worden in een zin? Heeft het intonatiepatroon van de zin invloed op het leereffect? Met dit onderzoek tracht ik deze vragen te beantwoorden.

 

Informatie

  • Project:
  • Status: lopend
  • Onderzoekers: Ileana Grama
  • Leeftijd proefpersonen: 18 maanden